Algemeen Dagblad: 36 columns

ad


Plafond
Eens in de zoveel tijd komt het glazen plafond weer ter discussie. Woensdag zei Barbara van Beukering (voormalig hoofdredacteur van het Parool, nu van online magazine PAPER) in een interview dat ze nooit een glazen plafond was tegengekomen. Gisteren lazen we dat er op de TU Delft wel een glazen plafond bestaat: hoewel meer meisjes dan jongens bètastudies doen, zijn het in de top van de universiteit nog vooral mannen die de scepter zwaaien. Hun eigen schuld, insinueert Van Beukering: vrouwen willen nu eenmaal zelf graag bij de kinderen zitten, of in deeltijd werken. Misschien waar, soms.
Ik werk niet in de buurt van de top van het bedrijfsleven, maar ik ken wel vooroordelen die bestaan ten opzichte van vrouwen en werk. Toen ik de hoofdredacteur van deze krant sprak over deze column die ik een poosje zou invullen, maakte hij De Grote Fout Die Bijna Alle Werkgevers Maken. Hij vroeg: kom je met vier kinderen nog wel eens aan werken toe? Ik dacht er niet direct bij na, dus somde netjes mijn mogelijkheden op (papa’s, crèche, school, oma’s, opa’s). Aan een man met kinderen wordt, lijkt me, minder snel gevraagd of hij nog wel eens aan werken toekomt. Als je gescheiden bent als vrouw, leidt het onderdeel ‘kinderen’ in sollicitatiegesprekken helemaal tot vragen. Wat eigenlijk nog gekker is: met een beetje co-ouderschapsregeling van nu heb je eerder méér tijd om te werken dan minder.
Toen ik een tijdje geleden bardienst had bij de voetbalclub van mijn zoontje, kwam een belangrijk mediafiguur die daar ook een voetballend zoontje heeft, een praatje maken. ,,Jij bent toch de hele tijd aan het baren?”, vroeg hij grappend, doelend op mijn kinderen. ,,Haha”’, lachte ik beleefd terug. We hadden het over een gemeenschappelijke kennis, die ook vier kinderen heeft, en over zijn goedlopende bedrijf. Zijn kinderen hebben precies dezelfde leeftijden als de mijne. Toch denk ik niet dat aan hem vaak wordt gevraagd of hij nu alleen nog maar luiers verschoont. Ik heb een goedlopend eenmanszaakje volgens de Kamer van Koophandel, maar ik ben blijkbaar de hele tijd aan het baren.

Verschenen in Algemeen Dagblad, 1 juli 2016

 

Bloemen
Het was een klein bericht en kreeg in de meeste kranten weinig aandacht: bij bomaanslagen in twee Syrische kustplaatsen zijn maandag 153 mensen omgekomen. Het is het zoveelste bericht over bomaanslagen in Syrië, en misschien dat het daarom langzaam nieuwswaarde verliest. Het is bovendien moeilijk om je voor te stellen hoe ‘bomaanslagen meemaken’ is (voor iedereen jonger dan 75). En we kunnen er zo weinig aan doen, hier. Dat denk ik ook wel eens. Toch stokte mijn adem even in mijn keel bij een zinnetje onderaan het bericht op Nu.nl: ‘In 2011 had Syrië naar schatting 23 miljoen inwoners. De helft is inmiddels omgekomen, ontheemd, gevlucht of verdwenen.’ De hélft. In Europa wordt ondertussen geprobeerd de vluchtelingenstroom behapbaar te houden, soms door mensen terug te sturen. Er is ook een andere beweging: er zijn in Nederland naar schatting zo’n 60.000 vrijwilligers die vluchtelingen helpen. Via de grote stichtingen of op eigen houtje. Je zou dit kunnen zien als een stille stem in de samenleving: ze zijn best welkom, we zullen ze wel een handje helpen.
Laatst stond er een man voor mijn deur met bloemen. Hij vroeg of ik een bosje wilde kopen voor 5 euro, ‘voor vluchtelingen’. Het was een initiatief van zijn moskee in Zwolle. Voor het geld zouden ze vluchtelingen uit het nabijgelegen azc uitnodigen voor een maaltijd. ‘Mijn ouders wonen hier in de buurt,’ zei hij in accentloos Nederlands. ‘Ik dacht: ik maak hier ook een rondje.’ Het was in principe mogelijk dat hij loog. Maar de bosjes zagen er goed uit, zoals bloemen van de bloemenafdeling van de supermarkt. Ik pakte 5 euro.
Hij glimlachte.
Nu hoop ik dat er in Zwolle een moskee staat waar gezinnen, die huis en haard hebben achtergelaten om te ontsnappen aan die vreselijke oorlog, op dit moment een lekkere, warme maaltijd krijgen. Of misschien gewoon een knuffel.
Toen ik even later uit het raam keek, zag ik de man de straat uitlopen met de overige bosjes nog in zijn emmer. Blijkbaar had geen van mijn buren er 5 euro voor over.

Verschenen in Algemeen Dagblad, 25 mei 2016

 

Negeer terreur
Mensen zeggen ‘dat de wereld in oorlog is’ en dat het nu wel ‘erg eng wordt allemaal’. Toen ik maandag schreef dat ik liever mijn kop in het zand stak, ontplofte mijn twitterfeed. Mensen zijn bang, maar ik vertik het om daar aan mee te doen.
De wereld staat niet in brand, zeker niet hier in Europa. Nog steeds is de kans om te overlijden aan een televisietoestel dat per ongeluk uit een raam op je hoofd valt, groter dan omkomen bij een terroristische aanslag. Het aantal terreurslachtoffers in Europa was dertig jaar geleden ongeveer even groot als nu. En terrorisme-experts vertellen ons dat IS helemaal niet zo’n goed geoliede bende is, en diens macht niet schrikbarend groot. De aanslagplegers zijn soms niet eens officieel erbij aangesloten.
En precies daarom zouden we er niet te veel aandacht aan moeten besteden. De aanslagen die in Europa en de VS zijn gepleegd afgelopen maanden, werden uitgevoerd door gestoorde, wanhopige eenlingen. Treurige zielen die dood willen maar eerst nog één – in hun ogen – ‘grootse’ actie willen plegen. Door deze daden in kranten en op de radio op te blazen als ‘terroristische aanslagen op onze beschaving’ en ‘de wereld in oorlog’, geven media hen precies wat ze willen: grootsheid. Frankrijk heeft dit nu gedeeltelijk ingezien: een aantal Franse nieuwszenders wil geen gezichten of namen van daders meer publiceren om hen de martelaarsroem niet te gunnen.
En ja, deze daden zijn aanstekelijk voor andere gestoorde, zieke eenlingen. Ze worden gekopieerd: zoals de mass shootings op Amerikaanse scholen werden gekopieerd. En zoals er in 1774 na publicatie van Goethe’s boek Het lijden van de jonge Werther een zelfmoordgolf door heel Europa uitbrak. Nog een reden dus om aan de gestoorde daden niét te uitgebreid aandacht te schenken.
Negeren zal niet de oplossing zijn, maar wel een begin daarvan. Wat zou er gebeuren, als na de volgende aanslag niet alle Europese voorpagina’s rood kleurden, maar het slechts klein gemeld zou worden op pagina 6? Natuurlijk, ik gun naaste betrokkenen alle liefde, troost en steun van de wereld. Maar ik gun IS niet dat we nu met zijn allen in angst en oorlog verder leven.

Verschenen in Algemeen Dagblad, 29 juli 2016

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *